Omarm je eigen trucjes – Mathijs Hoogenboom

Allereerst maar eens een heel slecht advies: mocht je er – om wat voor sadistische reden dan ook –op uit zijn om schrijvers aan het twijfelen te brengen over hun eigen kunnen, dan heb je daar eigenlijk maar één woord voor nodig, en dat woord is ‘trucje’. “Leuk hoor, wat je daar doet, maar eigenlijk is het toch gewoon een trucje?” Trucje, trucje, trucje; een klein woord met heel veel macht.

Misschien ben jij al eens door het woord te grazen genomen, uit de mond van iemand anders of door die stem in je achterhoofd. Die slimme plotwending tegen het einde van je verhaal, dat was natuurlijk een trucje. Die hoofdpersoon die met zichzelf in de knoop zit: trucje. Dat zware taalgebruik en dat filosofische gedoe: stuk voor stuk trucjes. Iets een ‘trucje’ noemen wekt de suggestie van specifieke kritiek, terwijl het eigenlijk maar een nietszeggend oordeel is. En laten schrijvers nou net deskundigen zijn op het gebied van invullen van wat wordt verzwegen. Het is alsof je iemand hoort zeggen: “Meneer/mevrouw de schrijver, uw literaire vondsten zijn doorzichtig; zonder die paar foefjes blijft er weinig van uw verhaal over. Wat u doet, kan iedereen.” En dat doet pijn.

Vanaf mijn vijftiende stuurde ik braaf elk jaar een verhaal in voor Write Now! en bezocht ik de prijsuitreikingen van de voorrondes, elk jaar meer ervan overtuigd dat ik aan de beurt zou zijn om in de prijzen te vallen. De eerste drie jaar ging ik steeds met lege handen naar huis, maar ik kon telkens het jaar erop het niet over mijn hart krijgen niet mee te doen. Dus ik bleef inzenden, steeds minder om iets te winnen en steeds meer uit plichtsgevoel naar mezelf. Toen ik na vier jaar eíndelijk iets won – een tweede plaats in een voorronde – was dat met een verhaal waarin ik iets had gedaan wat ik zelf een beetje een trucje vond: ik had ontdekt dat ik mijn verhalen een stuk interessanter kon maken door van de belangrijkste personages het geslacht te veranderen. Een ongelukkige man die thuiskomt bij zijn poetsverslaafde vrouw, dat is niets nieuws en is zelfs een beetje achterhaald. Een ongelukkige werkende vrouw en een smetvrezende huisman daarentegen…

Bij het uitdenken van latere verhalen begon ik mezelf steeds vaker de vraag te stellen wat er zou gebeuren als ik die mannelijke personages vrouw maakte of andersom. Ik ontdekte dat personages in wie nog ‘iets’ ontbrak plots tot leven kwamen, doordat ze minder voorspelbaar werden. Lang hield ik dat trucje voor me, alsof ik eigenlijk valsspeelde tijdens het schrijven. Ik had het gevoel dat ik alleen maar bezig was met het omzetten van wat schakelaartjes om te zien wat er gebeurde. In de loop der jaren ben ik mijn ‘trucje’ echter meer gaan waarderen en ben ik het gaan zien als een van de vele manieren om lezers met interessante personages kennis te laten maken.

Een paar jaar geleden durfde ik het uithalen van trucjes pas helemaal te omarmen, nadat juryvoorzitter Ellen Deckwitz erover was begonnen tijdens een Write Now!-uitreiking in Amsterdam: we moesten ons volgens haar afvragen “wat de trucjes zijn van de schrijvers die je bewondert.” Ze citeerde daar trouwens Tommy Wieringa, dus dat zijn al twee gevestigde namen die trucjes omarmen!

Trucjes zijn soms misschien een beetje flauw en ze kunnen het schrijven zeker makkelijker maken, maar dat betekent niet dat ze verkeerd zijn. Dus de volgende keer dat een stem – in je achterhoofd of daarbuiten – tegen je begint over trucjes, recht dan je schouders, klik je hakken tegen elkaar en zeg: “Bedankt voor het compliment.”

 

Mathijs Hoogenboom (1994) doucht graag iets te lang en iets te warm. Dat is slecht voor het milieu en voor zijn huid, maar goed voor de inspiratie. Hij schreef als speciaal verslaggever voor De Stad Amersfoort en als jeugdauteur voor Oase Magazine. In 2017 stond hij ook in de finale van Write Now! en ging hij mee naar het Das Mag Zomerkamp. Sinds kort is hij adjunct-hoofdredacteur Actueel bij hard//hoofd. Mathijs won met zijn verhaal de voorronde van Write Now! Utrecht.

Deel deze pagina:

Columns